Mag ik er zijn als ik niet nodig ben?
Over innerlijke delen, dragen en aanwezig blijven

De afgelopen dagen maakte het leven dit weer mooi zichtbaar voor mij.
Ik assisteerde bij tantric dans en een kennismakingsworkshop tantra.
Veel spaceholding. Veel afstemmen. Veel dragen.
Ik voel me daar thuis.
Mijn dienende deel staat dan vanzelf op.
Stevig. Geaard. Aanwezig.
Ik kan bedding zijn. Licht brengen. Veiligheid creëren.
En tegelijk merkte ik:
hier gebeurt meer.
Want terwijl ik draag,
blijft er een vraag onder de oppervlakte bewegen.
Hoe blijf ik mezelf meenemen terwijl ik draag?
Mag ik er zijn wanneer ik niet nodig ben?
In de dans oefenden we met leiden en volgen.
Wanneer je leidt, rust er iets in je handen.
De veiligheid van de ander.
De richting van de beweging.
Hoe het eruitziet in de ruimte.
De blikken van anderen.
Hoe zwaar drukt dat?
Dans je jouw dans —
gedragen door je eigen muziekbeleving,
je eigen bewegingsintentie?
Of ben je vooral gericht op de ervaring van de ander —
op plezier,
veilig voelen,
mogelijk maken?
Met welk deel van je aandacht ben je bij de ander —
en met welk deel blijf je in jezelf?
En wanneer je volgt —
zonder te zien waar je heen gaat —
wordt iets anders wakker.
Overgave.
Controle loslaten.
Je ziet niet waar je heen gaat.
Je voelt alleen de beweging.
Kun je leunen?
Je gewicht geven?
Je laten vallen?
Durf je te versnellen in vertrouwen —
dat de ander je opvangt,
je beschermt tegen een botsing?
Of is er iets dat je tegenhoudt —
een spanning in je lijf,
een subtiele rem?
In de kennismakingsworkshop werkten we in tweetallen.
Eerst de één in de rol van geven, de ander ontvangen.
Daarna wisselen.
Geven kon betekenen:
een hand op de schouder,
een zachte aanraking,
een massage,
leunen in iemands schoot,
een omhelzing.
Maar niets hoefde.
Alles werd gevraagd.
Durf je uit te spreken wat je verlangt?
Durf je te vragen om nabijheid?
En wat als de ander het niet wil?
Kun je je wens laten klinken
zonder jezelf alvast in te houden?
En wanneer jij ontvangt —
kun je je grens voelen?
Durf je nee te zeggen?
Je gevoel kenbaar te maken
wanneer iets niet klopt?
En kun je het risico dragen
dat de ander je dan misschien
niet meer leuk, makkelijk of open vindt?
Precies daar zag ik mijn delen terug.
In mijn werk met Voice Dialogue onderzoek ik deze delen bewust.
We stappen letterlijk in de positie van een deel.
Voelen hoe het is om het te zijn.
Soms volledig samenvallend.
Waar ben jij ooit voor opgestaan?
Wat probeer jij voor mij te dragen?
Wat zou er gebeuren als jij het niet meer deed?
Een deel krijgt ruimte.
Mag spreken.
Mag zijn intentie tonen.
En daarna keren we terug.
Naar het midden.
Naar het gewaar-zijn.
Daar ontstaat een verschuiving.
Niet: ik bén dit.
Maar: dit leeft in mij.
Een beweging.
Een deel.
In deze dagen zag ik hoe snel mijn dragende deel opstaat.
Hoeveel stevigheid het mij geeft.
Hoe vertrouwd het is om te dragen.
Maar ik zag ook
hoe weinig ruimte er soms is
voor het deel dat iets nodig heeft.
Het deel dat wil leunen.
Dat gezien wil worden.
Dat niet sterk hoeft te zijn.
Dat niet meteen licht brengt.
Dat deel is stiller.
Minder geoefend.
En juist daarom kwetsbaarder.
Voor mij betekent vol-ledig aanwezig zijn twee dingen tegelijk.
Vol — omdat al mijn delen erbij horen.
Ledig — omdat ik open kan blijven in het nu.
Niet vast in een automatische rol,
maar beschikbaar voor wat werkelijk gevraagd wordt.
Alle delen horen bij mij.
Maar ik ben geen van hen.
Misschien gaat het niet om minder dragen.
Niet om minder licht brengen.
Maar om mezelf mee te nemen wanneer ik draag.
En mezelf niet te verlaten wanneer ik ontvang.
En soms begint dat eenvoudig.
Even stoppen.
Een hand op mijn borst.
Zacht zeggen:
“Ik ben hier.”
“Ik blijf.”
Mag ik er zijn —
ook wanneer ik niet nodig ben?
—
Ishvari | Crealogie
Bewustzijnswerk, Voice Dialogue & Systemische Opstellingen









